Jump to Navigation

Dementie op oudere leeftijd

Naarmate mensen ouder worden, zullen een aantal verschijnselen optreden: men ziet en hoort minder goed, vergeet al wel eens iets, enzvoort. Dit zijn normale ouderdomsverschijnselen. Dementie daarentegen is geen normaal ouderdomsverschijnsel. Het is wat men noemt een 'neurocognitieve stoornis': de functies van de hersenen werken niet meer naar behoren. Bij dementie denken we meestal aan oude mensen, maar dementie kan ook ontstaan op jonge leeftijd (jongdementie).

Om te kunnen spreken van dementie, moet er steeds sprake zijn van een geheugenstoornis in combinatie met aandachtsproblemen, oriëntatieproblemen, taalproblemen, gedrags- of persoonlijkheidsproblemen, problemen met het uitvoeren van complexe handelingen, apathisch (emotioneel afgevlakt) of ontremd gedrag.

Dementie is een verzamelnaam, er bestaan dus verschillende soorten dementie: Alzheimer (55%), frontotemporale dementie (oa. ziekte van Pick),  vasculaire dementie, onder andere MID dementie (multi-infarctdementie). Dementie kan ook uitgelokt worden door een lange rij van zeldzame aandoeningen: Huntington, HIV, Lewy Body, Parkinson,...

Dé precieze oorzaak blijft onbekend, wel zijn er verscheidene verklaringen. Wat vaststaat, is dat leeftijd de risicofactor bij uitstek is, dat familieleden van mensen met dementie twee keer méér kans maken dan anderen en dat ongezonde voeding, hersentrauma’s en andere ziektes (diabetes, hart- en vaatziektes,…) kunnen bijdragen tot het ontstaan van dementie.

Communicatie geeft ons een gevoel van verbondenheid met anderen. Mensen met dementie kunnen steeds minder communiceren en minder begrijpen. De communicatie gaande houden met mensen met dementie is een opdracht die specifieke vaardigheden vereist. Mensen met dementie verliezen immers het vermogen om te communiceren via de taal. Om communicatie in stand te houden, zullen we moeten leren om af te stemmen op de emoties en de beleving van de persoon met dementie. Aandacht voor lichaamstaal is hierbij zeer belangrijk. Het doel is hen te laten weten en voelen dat ze niet alleen zijn.

In wat volgt staan we even stil bij de basishouding, verbale en non-verbale communicatie en geven we nog wat extra tips voor de omgang met mensen met dementie.

Basishouding

  • Zorg voor rust in de omgeving (geen radio of tv die opstaat).
  • Vermijd tijdsdruk en spanning.
  • Geef de persoon met dementie alle aandacht.
  • Spreek nooit in de derde persoon als hij/zij erbij is.
  • Stel de gevoelens centraal: emoties vervagen minder dan het geheugen.
  • Probeer de zin achter de schijnbare onzin te ontdekken, de zin is vaak gelegen in een gevoel.

Verbale en non-verbale communicatie

  • Hou het eenvoudig en simpel. Gebruik korte zinnen.
  • Praat met een zachte, innemende stem. Fluister niet en roep niet.
  • Praat traag en articuleer.
  • Ondersteun je woorden met mimiek.
  • Vul aan wat de persoon niet uitgesproken krijgt.
  • Vraag geen verantwoording maar verduidelijking.
  • Stel vragen in de gepaste omgeving: “wilt u eten?” in de keuken, “gaat u zich wassen?” in de badkamer.
  • Vermijd ja-neen discussies.
  • Er zijn momenten waarop je moet ingrijpen of corrigeren (bijvoorbeeld de persoon heeft verkeerde schoenen aan). Doe dat op de manier waarop jij zelf gecorrigeerd zou willen worden: “iedereen is wel eens verstrooid…”.
  • Vermijd vragen over wat er eerder die dag gebeurd is. Bestook iemand met dementie niet met vragen. Hij/zij heeft meestal ook interesse in jouw verhaal, jouw dag, jouw gevoelens.
  • Vraag nooit naar specifieke kennis, naar een specifiek antwoord, laat ruimte voor een antwoord dat alle kanten op kan.
  • Mensen met dementie 'herbeleven' gebeurtenissen uit het verleden. Het heeft op dat moment geen zin om hen te corrigeren, hen terug te brengen naar onze realiteit. Hun waarheid is ‘de’ waarheid. We moeten ons kunnen verplaatsen in hun realiteit. Niet in de concrete feiten, maar wel in de emotie.
  • Praat over vroegere ervaringen die prettig zijn geweest: school, ouders, werk,…
  • Erken het belang van snoezelen: dit is contact maken met iemand door zijn/haar zintuigen te prikkelen op een manier die hij/zij aangenaam vindt. Bijvoorbeeld lievelingsmuziek laten horen, iets aaibaars laten aanraken, lekkere geuren laten ruiken,…

Extra tips

  • Hanteer geheugensteuntjes (agenda die gebonden is aan een kalender, kasten en kamers labellen, briefjes naast telefoon,…).
  • Zorg voor veiligheid (lucifers en aanstekers buiten bereik, thermostaat lager zetten, identiteitsgegevens innaaien, recente foto, vermijd autorijden, betaling via domiciliëring, weinig geld op zak,…).
  • Pas het tempo aan.
  • Neem zijn/haar angsten serieus.
  • Confronteer hem/haar niet.
  • Leer geen nieuwe dingen aan.
  • Zorg voor orde, regelmaat en rust (laat alles op zijn vertrouwde plaats staan, probeer onbekende situaties en drukte te vermijden, plak stickers op lades, vaste dagstructuur, …).
  • Blijf hem/haar aanspreken op wat hij/zij nog kan. Help of neem over wat hij/zij niet meer kan, maar probeer steeds de autonomie zo groot mogelijk te houden zodat de persoon met dementie zijn/haar gevoel van eigenwaarde kan behouden.
  • Vraag niet teveel.
  • Probeer te zorgen voor wat lichaamsbeweging (wandelen).
  • Behandel hem/haar als een volwassene en vergeet het belang van humor niet.
  • Vat hevige gevoelsuitingen niet persoonlijk op: dit is vaak een teken van onmacht.
  • Bedenk dat genieten mogelijk blijft: iemand met dementie kan nog steeds gelukkig zijn.
Koppelingen
Trefwoorden woordenwolk:


Main menu 2

Page | by Dr. Radut