Jump to Navigation

Als zintuigen of gedachten niet meer betrouwbaar blijken

Ieder mens denkt wel eens dat hij een stem hoort, terwijl er niemand geroepen heeft, of ziet wel eens een schim die uiteindelijk een gewone schaduw blijkt te zijn. Maar sommige mensen zien beelden of horen stemmen die er voor anderen niet zijn, terwijl ze in hun beleving wel echt zijn: vreemde waarnemingen die angst oproepen en een diepe indruk maken. De overtuiging dat er allerlei bijzondere dingen aan de hand zijn. Erover praten en ontdekken dat niemand je begrijpt. Alles lijkt binnen te komen en moet verwerkt worden en dat wordt teveel. Er komt een kortsluiting. 

Bij een psychose komen wanen en/of hallucinaties voor. Wanen zijn ongewone overtuigingen die alleen waar zijn voor de betrokkene (bijvoorbeeld: ‘ik word bespied’, ‘ik ben God’,…). Hallucinaties heb je wanneer je dingen ziet, hoort, proeft, voelt of ruikt die anderen niet waarnemen (bijvoorbeeld: stemmen, ufo’s,…). Daarnaast kan er sprake zijn van een tijdelijk verlies van initiatiefname, het omgooien van dag- en nachtritme, apathie, van de hak op de tak springen, spraakwaterval, verwardheid, verminderde concentratie, enzovoort. Misschien is een gebrek aan ziekte-inzicht nog het moeilijkste symptoom: mensen met een psychose voelen zich niet ‘ziek’, ze horen, ruiken, zien, proeven, voelen en denken dat écht.

Hoe ontstaat een psychose?

Sommige mensen zijn kwetsbaar (gevoelig) voor psychose omwille van erfelijke factoren. Door een onevenwicht van een aantal stoffen in de hersenen zijn deze mensen kwetsbaar, maar zonder trigger (uitlokkende factor) gebeurt er niets. Gebeurtenissen in het leven van de persoon spelen een grote rol (kunnen een ‘trigger’ zijn voor een psychose). Het gaat dan bijna altijd om stressvolle gebeurtenissen die de persoon uit balans brengen. Bijvoorbeeld: een sterfgeval, examens, alleen gaan wonen, beginnen werken, trouwen, ouder worden, een ongeval,… Druggebruik of een lichamelijke aandoening kan ook een psychose triggeren.

Vaak gaan er aan de eerste duidelijke uitbraak van de ziekte allerlei gebeurtenissen vooraf. Mensen met een psychose en hun omgeving zien soms later pas dat er aantal dingen aankondigden dat er een psychose op komst was. Zo kunnen ze chaotisch en bizar gedrag stellen, geagiteerd zijn of zich terugtrekken. Ze springen in hun verhaal van de hak op de tak, hun zelfzorg kan verdwijnen, ze kunnen prikkelbaar reageren, verward zijn, draaien hun dag en nachtritme om,… 

De term schizofrenie ligt momenteel zwaar onder vuur. Vroeger gebruikte men de term om aan te geven dat iemand verschillende psychotische episodes heeft meegemaakt. Tegenwoordig stellen veel hulpverleners het label 'schizofrenie' in vraag omdat het mogelijk schadelijk is voor iemand met een psychotische kwetsbaarheid. In de prakijk herstellen veel mensen en bouwen ze een zinvol leven op. Niet iedereen is het hierover eens en de term schizofrenie wordt dus nog heel vaak gebruikt. 

Tips

  • Observeer de cliënt goed zodat je eventuele voortekenen van een psychose kan signaleren. Tracht tijdig in te grijpen (verantwoordelijke verwittigen, huisarts inschakelen) als je merkt dat een cliënt in de voorfase zit.
  • Iemand met een psychose heeft veel chaos in zijn hoofd en kan soms erg achterdochtig zijn. Hou je boodschap zo duidelijk, ondubbelzinnig en kort mogelijk.
  • Mensen die (tijdelijk) gehinderd worden door hun psychose, hebben rust en kalmte nodig. Vermijd drukte, chaos en stress in de omgeving. Streef naar een prikkelarme omgeving en blijf zelf ook rustig.
  • Respecteer de cliënt in zijn behoefte om zich van sociale contacten af te wenden.
  • De cliënt kan irritatie oproepen door zijn achterdocht en zijn aanvallende of verdedigende houding. Weet dat dit geen persoonlijke afwijzing betekent. Tot een oprechte houding ben je vaak alleen in staat als je de ziekte en het daaruit voortvloeiend gedrag herkent en begrijpt.
  • Benader de persoon voorzichtig, doe geen onverwachte dingen.
  • Accepteer de cliënt, maar bevestig zijn wanen of hallucinaties niet. Bevestig de ideeën die wel realistisch zijn. Richt de aandacht op de werkelijkheid (bijvoorbeeld door oogcontact te maken, door zijn/haar naam te noemen).
  • Ontken de wanen en hallucinaties ook niet, zeg wel dat jij het anders ervaart. Voor de cliënt zijn de wanen en hallucinaties echt.
  • Accepteer de cliënt met zijn probleem (geen discussie voeren).
  • Zorg ervoor dat je niet uitgeput raakt doordat iemand zijn waan urenlang vertelt, blok tijdig maar respectvol af.
  • Ga na wat de cliënt voelt: een cliënt kan tijdens een psychose erg in zichzelf gekeerd zijn. Dan gaan we soms gevoelens en gedachten voor hem/haar invullen. Toch is het juist in deze situaties belangrijk te vragen wat de cliënt zélf ervaart. Het kan helpen om zijn mening te herhalen in je eigen woorden en te vragen of dat is wat hij bedoelde.
  • Help de persoon bij het oppakken van het normale dagelijkse leven. Structuur, rust en regelmaat zijn daarbij heel belangrijk. Belangrijk hierbij is een structuur te vinden die de persoon zelf prettig vindt. Er zijn geen algemene regels te vinden die iedereen prettig vindt. Dring jezelf niet te veel op en laat de persoon zoveel mogelijk zelf bepalen hoe hij of zij het dagelijkse leven oppakt. Vraag wat jij zou kunnen doen om daarbij te helpen.
  • Stel de eisen niet te hoog en wees met kleine stapjes tevreden. Geef aandacht aan wat goed loopt. 
  • Ook het lichamelijke aspect is belangrijk: gezond eten, voldoende beweging en een goede lichamelijke verzorging.
Koppelingen
Trefwoorden woordenwolk:


Main menu 2

Page | by Dr. Radut