Jump to Navigation

Als eten een zorg wordt

Als men jou de vraag stelt ‘waarom eet je?’, kan je verschillende antwoorden geven:

  • Ons lichaam heeft energie nodig om te kunnen (over)leven (biologisch).
  • Om stress, eenzaamheid, verdriet, angst... te verminderen (psychologisch).
  • Omdat dat gezellig is en omdat de Belgische keuken zeer lekker is (sociale en cultureel).
  • Om mijn suikerspiegel op peil te houden als persoon met diabetes (medisch). 

Sommige mensen hebben het gevoel dat ze hun eetgedrag niet onder controle hebben. Hun zelfwaardegevoel hangt sterk samen met hoe ze hun eetgedrag al dan niet kunnen beheersen. Zo zullen sommige mensen dingen eten die niet eetbaar zijn: papier, zeep, wol, aarde, metaal, kiezels, verf, klei, kool, as,…  Anderen zullen hun eten telkens terug laten stromen van maag naar mond om het daarna eventueel terug te kauwen, in te slikken of uit te spuwen. Nog andere mensen ervaren eetbuien waarbij ze meer en sneller eten dan iemand anders zou kunnen, ze blijven dooreten totdat ze zich slecht voelen, ook al ervaren ze geen hongergevoel (binge eating of eetbui).  Vaak eet de persoon uit schaamte alleen, walgt hij of zij nadien van zichzelf en voelt zich somber of schuldig.

Eetstoornissen ontstaan doorgaans tijdens of kort na de puberteit, vaak als een reactie op de vele veranderingen in deze levensfase, die door hen als angstaanjagend worden ervaren. Schokkende, ingrijpende gebeurtenissen, zoals fysiek geweld en incest, kunnen een aanleiding zijn. De westerse nadruk op een slank en mooi lichaam kan mee een rol spelen.
Mensen met eetstoornissen hebben vaak een negatief zelfbeeld, weinig zelfvertrouwen, schrik om afgewezen te worden en vertonen een neiging tot perfectionisme.

Eetstoornissen komen vaker bij vrouwen voor dan bij mannen (10 op 1). De kans op zelfdoding is groter in vergelijking met mensen zonder eetstoornissen.

De bekendste eetstoornissen zijn anorexia nervosa en boulimia nervosa. 

Mensen met anorexia nervosa zijn doodsbenauwd om dik te worden. Ze hebben een vertekend lichaamsbeeld: ook al zijn ze graatmager, ze voelen zich nog steeds te dik. Daar proberen ze iets aan te doen door zo weinig mogelijk te eten en vaak ook door fanatiek te sporten om extra calorieën te verbruiken. Mensen met anorexia zijn extreem mager. Het lage lichaamsgewicht belemmert de groei en heeft een schadelijk effect op alle organen en hun functioneren. Mensen die lijden aan anorexia nervosa kunnen last hebben van een sombere stemming, prikkelbaarheid, slaapproblemen, ze trekken zich terug uit het sociale leven en ervaren minder zin in seks. Sommigen onder hen braken en/of gebruiken vochtafdrijvende of laxerende medicatie uit angst te dik te worden.

Mensen met boulimia nervosa hebben regelmatig last van felle (vr)eetbuien. Ze eten op korte tijdspanne meer dan wat anderen zouden kunnen eten. Vaak gebeurt dit in het geheim. Ze kunnen op dat moment de controle over zichzelf verliezen, wat dan weer leidt tot gevoelens van waardeloosheid en schuld. Ze braken of proberen via laxeermiddelen de opgenomen calorieën weer kwijt te geraken. Mensen met boulimie hebben doorgaans een eerder normaal gewicht of een licht overgewicht.
Lichamelijke gevolgen van boulemia nervosa kunnen ernstig zijn: maag- en slokdarmrupturen en hartritmestoornissen bijvoorbeeld.

Tips

  • Eetstoornissen zijn vaak hardnekkig en het is erg moeilijk om ze zonder professionele hulp te behandelen. Mensen wachten ook vaak te lang om hulp in te roepen. Bij anorexia omdat ze zelf het probleem ontkennen, bij boulimie omdat ze er zich zo erg voor schamen.
  • Besef dat je zelf weinig kan doen om de eetstoornis te verhelpen. Spoor de persoon in kwestie wel aan om professionele hulp te zoeken.
  • Een behandeling verloopt meestal in fasen. Bij anorexia zal eerst gewerkt worden aan een gezond lichaamsgewicht. Daarna leren ze weer een gezond eetpatroon volgen. Daarnaast wordt gewerkt aan het zelfbeeld en aan vaardigheden die helpen om anders met moeilijkheden en met moeilijke emoties om te gaan.
  • Praat met de persoon over wat je is opgevallen, vertel dat je je zorgen maakt. Maak de eetstoornis bespreekbaar, maar forceer het niet. Bijvoorbeeld: "Ik merk dat je de laatste tijd wat minder eet” of “Ik maak me zorgen om je. Ik heb de indruk dat je het moeilijk hebt. Wil je er iets over vertellen?”.
  • Ga niet in discussie over eten en gewicht.
  • Veroordeel niet, maak geen verwijten zoals bijvoorbeeld: “Je eet te weinig, je moet meer eten!” of “Je bent niet goed bezig!”.
  • Dwing de persoon nooit om te eten en controleer het eetgedrag niet. Dat werkt namelijk averechts. Dwing ook geen beloften af.
  • Laat hem/haar zoveel mogelijk eigen verantwoordelijkheid dragen.
  • Vraag de persoon hoe hij of zij benaderd wil worden.
  • Geef niet teveel tips, adviezen of oplossingen: steun is beter dan ongevraagd advies. Informeer de persoon wel over bijvoorbeeld lotgenotencontact voor mensen met eetstoornissen.
  • Zorg voor een ritme en regelmaat in eten en dagstructuur.
  • Waardeer de goede momenten en benoem wat er goed gaat.
  • Geef hem/haar vertrouwen en de tijd en ruimte die nodig is.
  • Doe samen dingen die niets met eten te maken hebben. Praat ook over andere onderwerpen dan problemen met eten.
  • Ook andere gezinsleden/mantelzorgers hebben aandacht nodig.
Koppelingen
Trefwoorden woordenwolk:


Main menu 2

Page | by Dr. Radut