Jump to Navigation

Als druggebruik een gewoonte wordt

Ieder mens heeft zo zijn gewoontes. Miljoenen mensen hebben de gewoonte dagelijks ‘drugs’ te gebruiken onder de vorm van koffie, een glaasje wijn, medicatie tegen hoofdpijn, sigaretten,…

Drugs zijn alle stoffen die de normale werking van het lichaam veranderen: ze veranderen het denken, de concentratie, de alertheid, het gevoel van welzijn, de emoties en het bewustzijn. Naast de hierboven genoemde legale (toegelaten) drugs zoals bijvoorbeeld alcohol, bestaan er ook heel wat illegale (verboden) drugs zoals bijvoorbeeld cannabis. Je kan ook verslaafd raken aan gedragingen zoals gokken, gamen, kopen,…

Deze middelen en gedragingen kunnen ons een goed gevoel geven. Ze zijn dus aantrekkelijk en worden daardoor snel ‘gewoon’. Niet alle gewoontes zijn per se negatief. Nemen we alcohol drinken als voorbeeld. Stel dat je altijd enkele glazen wijn drinkt bij een etentje, gewoon omdat je het lekker vindt en ervan geniet. Daar is niets mis mee. Maar stel dat je altijd alcohol drinkt als je je gespannen of eenzaam voelt, om je toch maar een beetje te kunnen ontspannen. Dan kan alcohol drinken een hardnekkige slechte gewoonte worden en zelfs leiden tot verslaving.

Verslaafd geraken, gebeurt niet van de ene dag op de andere. Er kunnen maanden of zelfs jaren overheen gaan. Een problematische gewoonte is dus geen kwestie van 'alles of niets'. Hoe verder het gebruik gaat, op hoe meer levensgebieden er zich problemen voordoen. Op een bepaald moment worden de nadelen van het gebruik groter dan de voordelen.

Gebruik van middelen zoals alcohol, cannabis, medicatie, cocaïne,… kan dus tot verslaving leiden, maar niet elk gebruik is meteen ook probleemgebruik. Niet iedereen die af en toe een joint rookt, wordt verslaafd aan cannabis. Niet iedereen die elk weekend alcohol drinkt, wordt alcoholverslaafd.

Je bent verslaafd als je niet meer de baas bent over je gebruik. Je kunt geestelijk en/of lichamelijk afhankelijk raken.

  • Geestelijke afhankelijkheid betekent dat je steeds sterker naar het middel gaat verlangen en je je niet meer prettig kunt voelen zonder het middel.
  • Lichamelijke afhankelijkheid blijkt vooral uit gewenning en onthoudingsverschijnselen.
    Gewenning wil zeggen dat het lichaam went aan de stof en er steeds meer van nodig heeft om het gewenste effect te bereiken.
    Onthoudingsverschijnselen zijn de lichamelijke reacties op het minderen of stoppen met gebruik. Vaak zijn deze onthoudingsverschijnselen helemaal niet prettig. Vandaar dat mensen teruggrijpen naar het middel.

Er bestaan verschillende soorten drugs met heel uiteenlopende effecten:

  • Drugs kunnen je bewustzijn veranderen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij cannabis, LSD, paddo's, XTC en vluchtige snuifmiddelen (lachgas, lijm, benzine,...).
  • Drugs kunnen verdovend en slaapverwekkend zijn. Bijvoorbeeld alcohol, slaapmedicatie en medicatie tegen angst, sommige pijnstillende medicatie, opium, morfine, heroïne,... hebben dit effect.
  • Drugs kunnen een oppeppend effect hebben. Nicotine en cafeïne hebben dat effect, net als amfetamines, cocaïne, crack,...  

Het feit dat er zo’n uiteenlopende effecten kunnen optreden maakt het niet makkelijk om signalen van druggebruik op te merken en goed te interpreteren.
D
e hieronder beschreven signalen kunnen wijzen op druggebruik, maar hebben soms ook een andere oorzaak:

Lichaamsgebonden signalen:

  • Zeer kleine of juist zeer wijde pupillen
  • Verstoorde spraak (alcohol)
  • Verstoorde motoriek (zeer snel/vertraagd, ‘lomp’)
  • Geur (cannabis, alcohol,…)
  • Zweten, hartkloppingen
  • Misselijkheid en braken
  • Ongecontroleerd beven
  • Veranderende eetlust
  • Er bleek uitzien
  • Vermoeidheid
  • Bepaalde wondjes

In de levenssituatie:

  • Verwaarlozing van zichzelf en/of het huishouden
  • Een andere vriendenkring
  • Geen interesse meer in hobby's, werk, gezin of relaties
  • Financiële en/of juridische problemen
  • Bezit van typische gebruikersattributen (bijvoorbeeld naalden, kokertjes)

Mogelijk gedrag bij mensen met een verslaving:

  • Het gebruik ontkennen of minimaliseren ondanks alle ‘bewijzen’, erover liegen
  • De schuld bij de omgeving leggen en het eigen aandeel niet zien
  • Hevige emoties (agressief, prikkelbaar, depressief, onrustig, uitgelaten, huilerig, ontremd,…)
  • Zich slachtoffer voelen van anderen en van de omstandigheden

Tips

  • Observeer en rapporteer aan de verantwoordelijke. De verantwoordelijke maakt (best al bij de intake) duidelijke afspraken over wat kan en wat niet.
  • Zorg ervoor dat je niet betrokken raakt (bijvoorbeeld drugs voor de cliënt bijhouden, ophalen, klaarzetten, verkopen,…).
  • Wanneer de cliënt de indruk geeft  (bijvoorbeeld in een gesprek) iets aan het gebruik te willen doen, kan je hem of haar hierin ondersteunen. Bijvoorbeeld door te luisteren, te bevestigen dat dat een goed idee lijkt, door de nadelen van gebruik en de voordelen van stoppen te benoemen,...
  • De behandeling van het drugprobleem is een taak voor gespecialiseerde hulpverleners. Stimuleer de cliënt dus zeker om professionele hulp te zoeken.
  • Wanneer je je onveilig voelt, kan je het huis verlaten en je leidinggevende op de hoogte brengen.
  • De kans op ontkenning is groot. Focus daarom niet teveel op de drugs zelf, want dat wordt al snel een welles-nietes-discussie. Kaart de concrete gevolgen van het gebruik aan (rommel in huis, afspraken niet nagekomen, geldgebrek,…). Dat komt minder aanvallend over en is minder gemakkelijk te ontkennen. Of deze problemen het gevolg zijn van druggebruik of niet, maakt minder uit.
  • Leg de lat niet te hoog. Vaak gaat minderen of stoppen gepaard met veel vallen en opstaan (terugval). Verslaving wordt beschouwd als een chronische kwetsbaarheid, het is dus niet makkelijk om te minderen of helemaal te stoppen. Werken met mensen die een verslavingsprobleem hebben, vraagt dus veel geduld.
  • Wees tevreden met kleine positieve stappen en benoem die ook.

Wat niet doen

  • De cliënt benaderen als een verslaafde in plaats van als een persoon die kwetsbaar is voor verslaving. Verslaving is trouwens een beladen woord, vaak is het voor een cliënt haalbaarder (en correcter) om te praten over diens drugprobleem.
  • De cliënt beschuldigen en veroordelen.
  • Vertellen waarom druggebruik niet goed is en de les spellen.
  • Alle verantwoordelijkheid overnemen.
  • De cliënt van de drugs af willen helpen (dat is niet jouw verantwoordelijkheid, wel die van de cliënt zelf, eventueel met ondersteuning van een gespecialiseerde hulpverlener).
  • Terugval persoonlijk nemen. Terugval is geen kwestie van ‘gebrek aan karakter’ en heeft zeker niets met falen van jouw kant te maken. Het komt veel voor bij mensen die willen stoppen met drugs.
Koppelingen
Trefwoorden woordenwolk:


Main menu 2

Page | by Dr. Radut