Jump to Navigation

Als verdriet de overhand neemt

Er zijn zo van die dagen dat je wenst 'laat het maar vlug morgen zijn': alles steekt tegen, je hebt ruzie in de familie, je voelt je niet goed in je vel,... Na een goede nachtrust voelen de meesten zich echter wat beter.

Men spreekt van een depressie als iemand zich gedurende minstens twee weken extreem somber voelt. Volgende symptomen kunnen aanwezig zijn bij depressie:

  • Gevoelens: somber, pessimistisch, lusteloos
  • Gedachten: negatief zelfbeeld, neiging tot zelfverwijt, vertraagd denken, besluiteloosheid, concentratieproblemen
  • Gedrag: inactief, teruggetrokken, vertraagde bewegingen, vertraagde spraak, huilbuien, verandering in eetlust
  • Lichamelijk: vermoeidheid, te veel of te weinig slapen, geen zin in seks

Het ontstaan wordt bepaald door meerdere factoren:

  • Erfelijkheid
  • Omgeving (negatieve levensgebeurtenissen als uitlokkende factor)
  • Lichamelijke factoren (het voorkomen van aandoeningen, bijvoorbeeld schildkieraandoeningen, diabetes,...)
  • Gebruik van middelen (drugs, alcohol)

Tips 

  • Wees alert voor zelfdoding. Vang je signalen op van zelfmoordgedachten bij een cliënt, bespreek dit dan onmiddellijk met je leidinggevende.
  • Stimuleer de zelfzorg, ook al is dit een tijdrovende bezigheid.
  • Neem lichamelijke klachten serieus en doe ze zeker niet direct af als komedie.
  • Bied structuur: het helpt de cliënt om actief te blijven, geeft hem/haar een gevoel van controle en biedt de mogelijkheid om bestaande contacten te onderhouden. Hou het eenvoudig: opstaan, één huishoudelijke taak, middagmaal, ommetje, avondmaal, nieuws kijken. 
  • Probeer de cliënt actief te betrekken bij wat je doet in plaats van alles over te nemen. Door onnodig functies over te nemen, voed je de depressie alleen maar.
  • Toon begrip en luister: het helpt niet een depressie te bestrijden met zinnen als “Laat je niet gaan! Je hebt alles om gelukkig te zijn!”. Ook opbeurende adviezen als ”Kop op!”, ”Ga eens met vakantie” of ”Geniet nu toch van het mooie weer” werken averechts.
  • Laat je niet verlammen door angst om iets verkeerd te zeggen, zeg desnoods dat je niet weet wat je moet zeggen of doen, maar dat de cliënt op jou kan rekenen.
  • Probeer zoveel mogelijk concreet te maken, bijvoorbeeld wanneer er plannen zijn voor de nabije toekomst. Niet: ”we gaan dat ooit nog wel doen", wel: ”morgen om 9 uur gaan we naar die winkel”.
  • Bied afleiding.
  • Behoud een positieve en open houding, waardoor je kan openstaan voor situaties en veranderingen in de toestand van de cliënt en deze ook kunt benoemen.
  • Maak contact zonder jezelf te verliezen in het verhaal van de cliënt.
  • Probeer zicht te krijgen op je eigen betrokkenheid en emoties. Een depressief persoon kan geremd zijn in denken en handelen, waardoor dingen langer duren dan verwacht. Dit kan op de zenuwen werken. Probeer dan alles in het juiste kader te zien en het nodige geduld op te brengen.
  • Probeer de cliënt bij zijn herstel de tijd te geven die hij nodig heeft. Dit hangt af van de persoon zelf, maar evenzeer van de behandeling en van de omgeving.
  • Tracht elke kleine vooruitgang op te merken en te benoemen. Focus op datgene wat iemand nog wél goed lukt en zet dat in de verf.
  • Verwacht niet onmiddellijk resultaat van antidepressiva. Dit duurt twee tot vier weken (bij ouderen vaak langer). Soms gaat het eerst even wat slechter, voor er verbetering optreedt. Belangrijk is dat de medicatie wordt volgehouden totdat de behandelende arts ze stopzet.
Koppelingen
Trefwoorden woordenwolk:


Main menu 2

Page | by Dr. Radut