Jump to Navigation

Manische depressie

Iedereen herkent het wel: zo van die dagen waarop alles tegensteekt, dat je je triest voelt, twijfelt aan jezelf, je niet goed in je vel voelt. Meestal voelen we ons de dag nadien al wat beter. Gelukkig zijn er ook dagen waar we ons kiplekker voelen, dat we bruisen van energie, veel sociaal contact hebben en met volle moed gaan werken. Die 'ups en downs' horen bij het leven en ze boycotten ons dagdagelijks functioneren niet.  

Mensen met een bipolaire kwetsbaarheid hebben een zeer schommelende stemming: soms zijn ze een tijd depressief, op andere momenten ‘schieten’ ze door naar het andere (manische) uiterste. Vaak zijn er ook lange periodes waarin de persoon goed functioneert en geen symptomen van depressie of manie vertoont.

Men spreekt van een 'manische episode' als iemand zich gedurende minstens twee weken extreem opgetogen voelt. Volgende symptomen kunnen dan aanwezig zijn:

  • Gevoelens: opgewekt, optimistisch, energiek
  • Gedachten: positief zelfbeeld, neiging anderen te verwijten, versneld denken, impulsieve beslissingen, concentratieproblemen
  • Gedrag: overactief, ongeremd contact zoeken, gejaagde bewegingen en spraak, lachbuien, verandering in eetlust
  • Lichamelijk: onvermoeibaar, te weinig slapen, verhoogde zin in seks

Men spreekt van een 'depressieve episode' als iemand zich gedurende minstens twee weken extreem somber voelt. Volgende symptomen kunnen dan aanwezig zijn:

  • Gevoelens: somber, pessimistisch, lusteloos
  • Gedachten: negatief zelfbeeld, neiging tot zelfverwijt, vertraagd denken, besluiteloosheid, concentratieproblemen
  • Gedrag: inactief, teruggetrokken, vertraagde bewegingen, vertraagde spraak, huilbuien, verandering in eetlust
  • Lichamelijk: vermoeidheid, te veel of te weinig slapen, geen zin in seks

​Het ontstaan van een manische episode wordt (net als een depressieve episode) bepaald door meerdere factoren:

  • Erfelijkheid
  • Omgeving (negatieve levensgebeurtenissen als uitlokkende factor)
  • Lichamelijke factoren
  • Gebruik van middelen (drugs, alcohol)

Omdat manische en depressieve periodes elkaar afwisselen, spreekt men vaak van manisch depressiviteit. Afhankelijk van de 'episode' waarin de cliënt zich bevindt, kan je gepast reageren.

Tips manische episode

  • Creëer een rustige en prikkelarme omgeving: zet radio en TV uit, vermijd overtollig licht en geluid.
  • Wees je bewust van je eigen gevoelens: iemand in een manie komt vaak heel tof, vriendelijk, vrolijk en gevat over, waardoor hij of zij positieve gevoelens bij jou kan oproepen. Aanwakkeren van het enthousiasme van de cliënt kan leiden tot een escalatie van de manische episode. Laat je dus niet meeslepen in de opgewekte stemming van de cliënt, maar probeer de cliënt af te remmen.
  • Een directe en gestructureerde aanwezigheid is belangrijk. Praat vastbesloten en op een rustige, eerder langzame manier.
  • Aan manische mensen moeten wel grenzen gesteld worden, maar tegelijk moeten ze – binnen bepaalde grenzen – gelegenheid hebben om nu en dan wat stoom af te blazen. Te veel beperkingen maken hen kwaad en leiden tot een zinloze machtsstrijd.
  • Ook discussiëren en de manische persoon op zijn verantwoordelijkheid wijzen, is meestal zinloos en lokt ongewenste reacties uit.
  • Ga het gesprek met de cliënt niet uit de weg. Reageer niet alleen op het manische gedrag, maar betrek de cliënt in het gesprek bij concrete, dagelijkse zaken.
  • Heb aandacht voor lichamelijke verzorging: door het onrustig zijn, transpireren zij veel en verbruiken zij een grote hoeveelheid energie. Goede hygiëne, hoogwaardige voeding en voldoende drinken kan belangrijk zijn.

Tips depressieve episode

  • Wees alert voor zelfdoding. Vang je signalen op van zelfmoordgedachten bij een cliënt, bespreek dit dan onmiddellijk met je leidinggevende.
  • Stimuleer de zelfzorg, ook al is dit een tijdrovende bezigheid.
  • Neem lichamelijke klachten serieus en doe ze zeker niet direct af als komedie.
  • Bied structuur: het helpt de cliënt om actief te blijven, geeft hem/haar een gevoel van controle en biedt de mogelijkheid om bestaande contacten te onderhouden. Hou het eenvoudig: opstaan, één huishoudelijke taak, middagmaal, ommetje, avondmaal, nieuws kijken.
  • Probeer de cliënt actief te betrekken bij wat je doet in plaats van alles over te nemen. Door onnodig functies over te nemen, voed je de depressie alleen maar.
  • Toon begrip en luister: het helpt niet een depressie te bestrijden met zinnen als “Laat je niet gaan! Je hebt alles om gelukkig te zijn!”. Ook opbeurende adviezen als ”Kop op!”, ”Ga eens met vakantie” of ”Geniet nu toch van het mooie weer” werken averechts.
  • Laat je niet verlammen door angst om iets verkeerd te zeggen, zeg desnoods dat je niet weet wat je moet zeggen of doen, maar dat de cliënt op jou kan rekenen.
  • Probeer zoveel mogelijk concreet te maken, bijvoorbeeld wanneer er plannen zijn voor de nabije toekomst. Niet: ”we gaan dat ooit nog wel doen", wel: ”morgen om 9 uur gaan we naar die winkel”.
  • Bied afleiding.
  • Behoud een positieve en open houding, waardoor je kan openstaan voor situaties en veranderingen in de toestand van de cliënt en deze ook kunt benoemen.
  • Maak contact zonder jezelf te verliezen in het verhaal van de cliënt.
  • Probeer zicht te krijgen op je eigen betrokkenheid en emoties. Een depressief persoon kan geremd zijn in denken en handelen, waardoor dingen langer duren dan verwacht. Dit kan op de zenuwen werken. Probeer dan alles in het juiste kader te zien en het nodige geduld op te brengen.
  • Probeer de cliënt bij zijn herstel de tijd te geven die hij nodig heeft. Dit hangt af van de persoon zelf, maar evenzeer van de behandeling en van de omgeving.
  • Tracht elke kleine vooruitgang op te merken en te benoemen. Focus op datgene wat iemand nog wél goed lukt en zet dat in de verf.
  • Verwacht niet onmiddellijk resultaat van antidepressiva. Dit duurt twee tot vier weken (bij ouderen vaak langer). Soms gaat het eerst even wat slechter, voor er verbetering optreedt. Belangrijk is dat de medicatie wordt volgehouden totdat de behandelende arts ze stopzet.
Koppelingen
Trefwoorden woordenwolk:


Main menu 2

Page | by Dr. Radut