Jump to Navigation

Autismespectrumstoornis

Iedereen heeft het wel eens moeilijk met veranderingen: je krijgt een nieuwe baas, je verhuist, je krijgt er een kind bij,... je laat het bekende, het vertrouwde, het voorspelbare los om je te storten in iets nieuws. Mensen met autisme ervaren dit ook, maar op een intensere manier.  

Iemand met autisme verwerkt wat hij hoort, ziet, ruikt en voelt op een andere manier dan iemand zonder autisme. Er komt veel ‘losse’, ongefilterde informatie binnen en daardoor wordt het moeilijk om er een logisch geheel van te maken. Dat maakt het lastiger om de wereld te begrijpen. Mensen met autisme zijn vaak gevoeliger (of juist minder gevoelig) voor bepaalde prikkels, zoals geluid of pijn. Sommige mensen met autisme hebben last van angsten en woedeaanvallen. Ongeveer 20% van de mensen met autisme heeft een verstandelijke beperking, maar de meeste mensen met autisme zijn normaal (of hoog) begaafd.
Autisme is grotendeels erfelijk bepaald. Autisme komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen.

Autisme is een ontwikkelingsstoornis, dat wil zeggen dat er vaak al in de vroege kindertijd problemen opduiken. Autisme kan op uiteenlopende manieren tot uiting komen: er bestaat niet zoiets als typisch autistisch gedrag, maar wel vele varianten in een breed ‘spectrum’. Vandaar de term autismespectrumstoornis.

Dit zijn mogelijke kenmerken van autisme:

  • Contact met anderen verloopt moeizamer: dit komt doordat hij of zij zich moeilijk kan inleven in anderen. Sommige mensen met autisme maken helemaal geen contact met anderen. Anderen zoeken wel sociaal contact, maar zij praten dan vooral over wat hen zelf bezighoudt. Het contact bestaat dan uit ‘éénrichtingsverkeer’.
  • Communicatie en taal: mensen met autisme nemen woorden vaak letterlijk. Ook hebben ze moeite om indirecte, non-verbale taal te begrijpen. Dit zijn bijvoorbeeld gezegden, gebaren of gezichtsuitdrukkingen.
  • Verbeelding en fantasie: iemand met autisme vindt het moeilijk om een goede voorstelling te maken van iets dat nu niet aanwezig is. Hierdoor is het moeilijk om zich ergens op voor te bereiden of om iets te verwerken.
  • Interesses en activiteiten: mensen met autisme hebben vaak interesse voor maar één of twee voorwerpen, activiteiten of gedachten. Ze kunnen eindeloos hetzelfde doen. Bijvoorbeeld dezelfde muziek luisteren of steeds praten over hetzelfde onderwerp zoals bijvoorbeeld dinosaurussen.
  • Verandering is moeilijk: het liefst van al willen ze dat alles voor altijd hetzelfde blijft. Dit biedt voorspelbaarheid en zekerheid en dus ook een gevoel van veiligheid.

Tips

  • Sociale normen en waarden vormen een uitdaging. Wanneer iemand je bijvoorbeeld nooit een tas koffie aanbiedt, gebeurt dat niet per se uit slechte wil, alleen kan hij/zij zich niet inleven in een situatie waarin je dorst hebt. Hetzelfde geldt voor andere zaken. De regel is dat je gewoon zelf vraagt naar wat je nodig hebt.
  • Besef dat sociale contacten van mensen met autisme een grote inspanning vragen.
  • Neem het de persoon met autisme niet kwalijk wanneer hij ongepast reageert, maar leg hem uit wat je stoort. Blijf kalm.
  • Verwacht niet dat iemand met autisme uit je gezichtuitdrukking kan afleiden wat je voelt of denkt. Verwoord het letterlijk.
  • Verwacht niet dat de persoon met autisme je humor snapt. Gebruik geen beeldspraak of ironische opmerkingen. 
  • Gebruik korte, eenvoudige zinnen en verwoord duidelijk wat je bedoelt. Vraag altijd of de persoon begrepen heeft wat je bedoelt.
  • Wees alert op tekenen van depressie. Mensen met autisme zijn zich niet altijd bewust van hun eigen gevoelens.
  • Creëer een rustige omgeving, met weinig prikkels.
  • Mensen met autisme kunnen niet altijd verschil maken tussen belangrijke zaken en details. Help hen het onderscheid te maken.
  • Wees consequent: doe wat je beloofd of afgesproken hebt.
  • Zorg voor een voorspelbare omgeving, met zo weinig mogelijk veranderingen. Zorg bijvoorbeeld voor een tijdige en grondige voorbereiding als er veranderingen gepland zijn (als je in verlof gaat en er een collega-verzorgende zal langskomen).
  • Ondersteuning en duidelijkheid bij het organiseren (van de dag, het huishouden, de papieren,…) is vaak nodig. Gebruik indien mogelijk schema’s, agenda’s, foto’s of geschreven instructies (visuele hulpmiddelen). Maak zoveel mogelijk ‘zichtbaar’.
  • Raak een persoon met autisme niet aan als dat niet nodig is. De meesten worden niet graag aangeraakt.
Koppelingen
Trefwoorden woordenwolk:


Main menu 2

Page | by Dr. Radut