Jump to Navigation

Signaalfunctie

Verzorgenden hebben een belangrijke signaalfunctie. Signaleren betekent dat je een beschrijving geeft van wat je geobserveerd hebt. Niet alleen de observatie zelf, maar ook de beschrijving moet dus zo objectief mogelijk zijn. Dit betekent dat je je beperkt tot wat uiterlijk waarneembaar is: wat je echt kan zien, horen, ruiken,...

Bij het observeren van andere personen zijn we vooral geïnteresseerd in wat anderen doen of zeggen. Dit gedrag kunnen we objectief waarnemen en beschrijven.

Vaak vormen we ook ideeën over iemands karakter, gevoelens, gedachten,... In dat geval gaan we echter een stap verder dan observeren: we interpreteren. Bij een interpretatie geven we meer weer dan we feitelijk hebben waargenomen. We maken een aantal veronderstellingen over iemand of over een situatie. We hebben bijvoorbeeld een vermoeden over de reden van iemands gedrag. Zo'n interpretatie kan juist zijn: misschien is wat wij denken inderdaad de werkelijke reden voor het geobserveerde gedrag. Maar het is eveneens mogelijk dat iemand anders een heel andere interpretatie maakt van dezelfde feiten. Met andere woorden: een interpretatie is steeds subjectief.

Wanneer je iets signaleert over het gedrag van een cliënt, probeer dan je beschrijving en interpretatie steeds uit elkaar te houden. Je geeft eerst een beschrijving van het gedrag. Wanneer je goed geobserveerd hebt en je gegevens duidelijk onder woorden brengt, zal hierover weinig of geen discussie mogelijk zijn. Daarna kan je eventueel een eigen interpretatie toevoegen. Geef steeds duidelijk aan dat het hier over jouw mening, jouw interpretatie gaat. Begin bijvoorbeeld met "ik vind ...", "volgens mij ...", "ik denk ...". Zo wordt meteen duidelijk dat het om jouw persoonlijke interpretatie gaat. Op die manier laat je ook de mogelijkheid aan andere personen om dezelfde observatiegegevens anders te interpreteren.



Main menu 2

Page | by Dr. Radut