Jump to Navigation

Narcistische persoonlijkheidsstoornis

Persoonlijkheidsstoornissen

 

Ieder mens heeft verschillende karaktertrekken of gedragspatronen waardoor hij/zij anders is dan anderen. De ene is nonchalant, de andere zeer perfectionistisch, iemand betrokken, iemand anders dan weer afstandelijk,…

Als we iemand observeren in verschillende situaties, op verschillende momenten, met verschillende mensen, blijkt die persoon zich toch op een gelijkaardige en voorspelbare manier te gedragen. Deze ‘aard van het beestje’ noemen we persoonlijkheid.

Als bepaalde karaktertrekken zo overheersend of rigide zijn dat het sociaal functioneren wordt aangetast of dat het zich aanpassen aan wisselende situaties niet meer lukt, is een sprake van een gestoorde persoonlijkheid: een persoonlijkheidsstoornis.

Meestal ontstaan deze stoornissen in de jeugd of vroege adolescentie. Iedereen heeft wel enkele ongewone trekjes in zijn of haar persoonlijkheid. Er is pas sprake van een persoonlijkheidsstoornis wanneer het gaat om langdurige starre en onaangepaste denk- en gedragspatronen die problemen veroorzaken thuis, op het werk, in de omgang met anderen,… . Weinigen zijn zich bewust van hun problematisch functioneren.

Er zijn verschillende soorten van persoonlijkheidsstoornissen, volgens de DSM-V. We beperken ons hier echter tot het bespreken van de antisociale, borderline, theatrale en narcistische persoonlijkheidsstoornis. Mensen met één van deze persoonlijkheidsstoornissen gedragen zich dramatisch, emotioneel en/of onvoorspelbaar.

 

 

Narcistische persoonlijkheidsstoornis

 

Mensen die zichzelf ‘het van het’ vinden (grootheidsgevoelens in fantasie of gedrag). Ze hebben behoefte aan bewondering en tonen een gebrek aan empathie. Ze kunnen zeer arrogant overkomen, vinden van zichzelf dat ze speciale voorkeursbehandelingen dienen te krijgen. Ze kunnen anderen gebruiken om hun eigen doelen te bereiken.

 

 

Omgangsregels

 

 Geef duidelijk aan waarvoor de cliënt wel en niet bij jou terecht kan.

 Stel duidelijke grenzen en verwachtingen, zodat alle betrokken partijen weten waar ze aan toe zijn, wat kan en wat niet kan.

 Hou je aan gemaakte afspraken en grenzen.

 Geef geen adviezen of tips.

 Zoek een uitlaatklep als het je teveel wordt!

 Werk vooral met het hier en nu.

 Doseer je aandacht (niet teveel, niet te weinig).

 Afscheid nemen kan heftige reacties oproepen. Duidelijk aangeven wat er gaat gebeuren kan rust en veiligheid geven.

 Tracht uit een machtsstrijd te blijven. Accepteer de cliënt, ga niet in conflict.

 Negeer ongepast gedrag.

 Wees alert zodat je niet gemanipuleerd wordt.

 Wijs de cliënt niet rechtstreeks op zijn probleemgedrag. Er zit vaak angst voor afwijzing achter.

 



Main menu 2

Page | by Dr. Radut