Jump to Navigation

4.2 DSM: een classificatie van psychische aandoeningen

In een kookboek beschrijft men per recept welke ingrediënten het bevat en hoe je het kan klaarmaken. Vast staat dat er een aantal ingrediënten zeker dienen in te zitten (je kan bijvoorbeeld geen stoofvlees maken zonder vlees), wel heb je de keuze wat je er dan al dan niet bijvoegt. Ook hoe het klaargemaakt wordt, hangt af van diegene die kookt.

Wat psychische ziektebeelden betreft, is de DSM (Diagnostic Statistic Manual of Mental Disorders) het meest gehanteerde Amerikaanse standaard handboek. Het is een van de mogelijke classificatiesystemen, bedoeld om communicatie en wetenschappelijk onderzoek te vergemakkelijken.

In de DSM staan de verschillende psychische aandoeningen beschreven als een patroon van duidelijk observeerbare psychische en gedragskenmerken, met een verwijzing naar de pijn die wordt ervaren en de belemmeringen in het dagelijks functioneren. Aan de hand van objectieve kenmerken worden psychische afwijkingen beschreven (de symptomen). Op die manier wordt een ziekte ‘werkbaar’ gemaakt (diagnose).

Op de DSM zijn echter vele kritieken geuit. Eén ervan is dat deze aanpak suggereert dat voor elk type probleem, een bijpassende behandeling bestaat. Dan zou het voldoende zijn dat men een diagnose stelt, waaruit automatisch de geschikte behandeling volgt. Deze methode vinden we bijvoorbeeld terug bij sommige huisartsen, advocaten en loodgieters. De klinische praktijk bewijst echter dat het niet zo eenvoudig werkt.

Hierna hanteren we de DSM-classificatie louter als “taal”, net zoals we hier praten in het Nederlands.

Een lichamelijke ziekte kan meestal objectief worden vastgelegd (gediagnosticeerd) en heeft vaak een aantoonbare oorzaak. Anders is het gesteld met psychisch lijden. Hoe kunnen we dat classificeren? Hoe kunnen we dat objectiveren? Psychisch lijden kan zich op verschillende terreinen manifesteren: gedrag (bijvoorbeeld zich terugtrekken), bewustzijn (bijvoorbeeld aandachtsproblemen), waarneming (bijvoorbeeld stemmen horen), denken/geheugen (bijvoorbeeld zwart-wit denken), stemming (bijvoorbeeld depressief), lichamelijk functioneren (bijvoorbeeld verhoogde bloeddruk).

Per ziektebeeld worden een aantal symptomen opgesomd. Essentieel is dat niet iedereen met diagnose ‘X’ alle symptomen van ziekte ‘X’ moet hebben. Beschouw het als een ‘winkel’ van symptomen:

  • Jan is gediagnosticeerd met het label ‘depressie’, dat wil zeggen dat hij zich al lange tijd zeer somber voelt. Bijkomend kan hij niet slapen en komt hij overdag tot weinig. Zijn eetgewoontes zijn normaal.
  • Pieter is ook depressief: hij voelt zich dus geruime tijd somber.

Pieter echter slaapt voortdurend en eet bijgevolg zeer weinig.

Essentieel is dus dat mensen die psychisch ziek zijn, hun aandoening op een individuele manier beleven.

Als we spreken over een psychische stoornis, dan hebben we het over abnormaal gedrag dat ongemak of lijden teweegbrengt bij de betrokkene en/of diens omgeving. Er is sprake van verminderd functioneren op verschillende levensterreinen: bijvoorbeeld op sociaal en/of professioneel vlak, de dagelijkse taken lukken niet meer zo vlot, enzovoort. Dat gedrag is bovendien ook bij anderen vastgesteld en kan binnen het begrippenkader van de psychiatrie beschreven worden.

We gaan focussen op enkele klinische syndromen (een geheel van symptomen die samenhangen) en op persoonlijkheidsstoornissen. Eerst wordt uitgelegd wat de ziekte inhoudt, in welke symptomen ze zich kenbaar maakt. Vervolgens kijken we naar het ontstaan van de ziekte. Tot slot bieden we per ziektebeeld telkens een aantal richtlijnen aan.

Belangrijk om hierbij te vermelden, is dat het niet altijd zo is dat één iemand één psychische of lichamelijke ziekte heeft. Vaak hebben mensen meer dan één diagnose (bijvoorbeeld: depressie, verslaving, diabetes).



Main menu 2

Page | by Dr. Radut